Tabel met technische gegevens voor EWAD-D-SX

EWAD210D-SX EWAD230D-SX EWAD250D-SX EWAD270D-SX EWAD290D-SX EWAD300D-SX EWAD310D-SX EWAD370D-SX EWAD410D-SX EWAD450D-SX EWAD490D-SX
Koelcapaciteit Nom. kW 202 (1) 230 (1) 252 (1) 270 (1) 285 (1) 298 (1) 308 (1) 369 (1) 412 (1) 449 (1) 490 (1)
Capaciteitsregeling Methode   Traploos Traploos Traploos Traploos Traploos Traploos Traploos Traploos Traploos Traploos Traploos
  Minimum koelcapaciteit % 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5
Opgenomen vermogen Koelen Nom. kW 80.8 (1) 86.0 (1) 94.4 (1) 105 (1) 115 (1) 127 (1) 137 (1) 150 (1) 171 (1) 175 (1) 189 (1)
EER 2.50 (1) 2.68 (1) 2.67 (1) 2.56 (1) 2.47 (1) 2.35 (1) 2.25 (1) 2.46 (1) 2.41 (1) 2.56 (1) 2.60 (1)
ESEER 3.29 3.52 3.41 3.44 3.34 3.29 3.15 3.14 3.39 3.50 3.47
Afmetingen Unit Diepte Mm 3,139 4,040 4,040 4,040 4,040 4,040 4,040 4,040 4,040 4,940 4,940
    H Mm 2,420 2,420 2,420 2,420 2,420 2,420 2,420 2,420 2,420 2,420 2,420
    Breedte Mm 2,234 2,234 2,234 2,234 2,234 2,234 2,234 2,234 2,234 2,234 2,234
Weight Bedrijfsgewicht kg 3,200 3,590 3,590 3,590 3,590 3,590 3,590 3,735 4,472 4,676 4,746
  Unit kg 3,110 3,475 3,475 3,425 3,430 3,430 3,430 3,560 4,302 4,506 4,581
Waterwarmtewisselaar Type   Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang Shell & tube met enkele doorgang
  Watervolume l 90 115 115 165 160 160 160 175 170 170 165
Luchtwarmtewisselaar Type   Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler Uiterst efficiënte lamel en buistype met integrale nakoeler
Ventilator Luchtdebiet Nom. l/s 12,876 17,892 17,169 17,169 17,169 17,169 17,169 26,496 26,496 28,982 33,120
  Snelheid tpm 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500
Compressor Hoeveelheid_   2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
  Compressor-=-Type   Monoschroefcompressor Monoschroefcompressor Monoschroefcompressor Monoschroefcompressor Monoschroefcompressor Monoschroefcompressor Monoschroefcompressor Monoschroefcompressor Asymetrische monoschroefcompressor Asymetrische monoschroefcompressor Asymetrische monoschroefcompressor
Geluidsvermogenniveau Koelen Nom. dBA 84 85 85 85 85 85 85 85 85 86 86
Geluidsdrukniveau Koelen Nom. dBA 65 (2) 65 (2) 65 (2) 65 (2) 65 (2) 65 (2) 65 (2) 65 (2) 65 (2) 66 (2) 66 (2)
Koelmiddel Type   R-134a R-134a R-134a R-134a R-134a R-134a R-134a R-134a R-134a R-134a R-134a
  GWP   1,430 1,430 1,430 1,430 1,430 1,430 1,430 1,430 1,430 1,430 1,430
  Circuits Hoeveelheid   2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
Volume Per circuit kg 21.0 24.0 26.0 32.0 33.0 34.0 34.0 34.0 35.0 38.0 40.0
  Per circuit TCO2Eq 30.0 34.3 37.2 45.8 47.2 48.6 48.6 48.6 50.1 54.3 57.2
Spanningsvoeding Fase   3~ 3~ 3~ 3~ 3~ 3~ 3~ 3~ 3~ 3~ 3~
  Frequentie Hz 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
  Spanning V 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400
Compressor Startmethode_   Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek Ster - driehoek
Opmerkingen (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting. (1) - Koelen: ingaand water van de verdamper 12°C, uitgaand water van de verdamper 7°C; omgevingstemperatuur 35°C; vollastbelasting.
  (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744 (2) - De geluidsdrukniveau's worden gemeten bij ingaand watertemperatuur van de verdamper 12℃, uitgaand water van de verdamper 7 ℃; omgevingstemperatuur 35 °C; vollastbelasting ; Standaard: ISO3744
  (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen. (3) - Toegelaten spanningstolerantie: ± 10%. Een spanningsonevenwicht tussen de fazen moet binnen de grenzen van ± 3% liggen.
  (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75% (4) - Maximale aanloopstroom: de startstroom van de grootste compressor + 75 % van de maximum stroom van de andere compressor + de stroom door de ventilatoren voor de kring aan 75%
  (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren. (5) - Nominale stroom in de koelmodus: waterintredetemp. verdamper 12°C; wateruittredetemp. verdamper 7°C; omgevingsluchttemp. 35°C. Stroom door compressor + ventilatoren.
  (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren (6) - Maximum stroomverbruik is gebaseerd op max opgenomen stroom van compressor in zijn omhulsel en max opgenomen stroom van ventilatoren
  (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning. (7) - Max. unitstroom voor de maat van de bedradingen is gebaseerd op min. toegelaten spanning.
  (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1 (8) - Max. stroom voor de maat van de bedradingen: (ampèrage bij volle belasting van de compressor + stroom door de ventilatoren) x 1,1
  (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water (9) - Vloeistof: Water
  (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit. (10) - Toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het werkelijke volume van het koelmiddel hangt af van de definitieve constructie van de unit, de betreffende gegevens zijn te vinden op de etiketten van de unit.