Tabel met technische gegevens voor FXDQ-A3

FXDQ15A3VEB FXDQ20A3VEB FXDQ25A3VEB FXDQ32A3VEB FXDQ40A3VEB FXDQ50A3VEB FXDQ63A3VEB
Afmetingen Unit H Mm 200 200 200 200 200 200 200
    Breedte Mm 750 750 750 750 950 950 1,150
    Diepte Mm 620 620 620 620 620 620 620
Weight Unit kg 22.0 22.0 22.0 22.0 26.0 26.0 29.0
Behuizing Kleur   Niet gelakt (gegalvaniseerd) Niet gelakt (gegalvaniseerd) Niet gelakt (gegalvaniseerd) Niet gelakt (gegalvaniseerd) Niet gelakt (gegalvaniseerd) Niet gelakt (gegalvaniseerd) Niet gelakt (gegalvaniseerd)
  Materiaal   Gegalvaniseerd staal Gegalvaniseerd staal Gegalvaniseerd staal Gegalvaniseerd staal Gegalvaniseerd staal Gegalvaniseerd staal Gegalvaniseerd staal
Required ceiling void >-=-mm Mm 240 240 240 240 240 240 240
Ventilator External static pressure - 50Hz Hoog Pa 30.0 30.0 30.0 30.0 44.0 44.0 44.0
  Externe statische druk - 60Hz Hoog Pa 30 30 30 30 44 44 44
Koelmiddel Type   R-410A R-410A R-410A R-410A R-410A R-410A R-410A
  GWP   2,087.5 2,087.5 2,087.5 2,087.5 2,087.5 2,087.5 2,087.5
Leidingaansluitingen Liquid Type   Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding
    UD Mm 6.35 6.35 6.35 6.35 6.35 6.35 9.52
  Gas Type   Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding Flareverbinding
    UD Mm 12.7 12.7 12.7 12.7 12.7 12.7 15.9
  Afvoer   VP20 (I.D. 20/O.D. 26) VP20 (I.D. 20/O.D. 26) VP20 (I.D. 20/O.D. 26) VP20 (I.D. 20/O.D. 26) VP20 (I.D. 20/O.D. 26) VP20 (I.D. 20/O.D. 26) VP20 (I.D. 20/O.D. 26)
Afvoerhoogte Mm 600 600 600 600 600 600 600
Spanningsvoeding Naam   VE VE VE VE VE VE VE
  Fase   1~ 1~ 1~ 1~ 1~ 1~ 1~
  Frequentie Hz 50/60 50/60 50/60 50/60 50/60 50/60 50/60
  Spanning V 220-240/220 220-240/220 220-240/220 220-240/220 220-240/220 220-240/220 220-240/220
Stroom - 50Hz Maximaal zekeringamperage (MFA) A 16 16 16 16 16 16 16
Opmerkingen (1) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB; equivalente leidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (1) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB; equivalente leidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (1) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB; equivalente leidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (1) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB; equivalente leidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (1) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB; equivalente leidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (1) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB; equivalente leidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (1) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB; equivalente leidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m
  (2) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB/6°CWB; equivalente koelmiddelleidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (2) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB/6°CWB; equivalente koelmiddelleidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (2) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB/6°CWB; equivalente koelmiddelleidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (2) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB/6°CWB; equivalente koelmiddelleidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (2) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB/6°CWB; equivalente koelmiddelleidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (2) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB/6°CWB; equivalente koelmiddelleidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m (2) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB/6°CWB; equivalente koelmiddelleidinglengte: 5 m; hoogteverschil: 0m
  (3) - Nettocapaciteiten, incl. reductiefactor voor koelen (toeslag voor verwarmen) voor afgegeven warmte van binnenventilatormotor. (3) - Nettocapaciteiten, incl. reductiefactor voor koelen (toeslag voor verwarmen) voor afgegeven warmte van binnenventilatormotor. (3) - Nettocapaciteiten, incl. reductiefactor voor koelen (toeslag voor verwarmen) voor afgegeven warmte van binnenventilatormotor. (3) - Nettocapaciteiten, incl. reductiefactor voor koelen (toeslag voor verwarmen) voor afgegeven warmte van binnenventilatormotor. (3) - Nettocapaciteiten, incl. reductiefactor voor koelen (toeslag voor verwarmen) voor afgegeven warmte van binnenventilatormotor. (3) - Nettocapaciteiten, incl. reductiefactor voor koelen (toeslag voor verwarmen) voor afgegeven warmte van binnenventilatormotor. (3) - Nettocapaciteiten, incl. reductiefactor voor koelen (toeslag voor verwarmen) voor afgegeven warmte van binnenventilatormotor.
  (4) - De externe statische druk kan via de afstandsbediening worden veranderd (van standaard tot hoog, raadpleeg de installatiehandleiding) (4) - De externe statische druk kan via de afstandsbediening worden veranderd (van standaard tot hoog, raadpleeg de installatiehandleiding) (4) - De externe statische druk kan via de afstandsbediening worden veranderd (van standaard tot hoog, raadpleeg de installatiehandleiding) (4) - De externe statische druk kan via de afstandsbediening worden veranderd (van standaard tot hoog, raadpleeg de installatiehandleiding) (4) - De externe statische druk kan via de afstandsbediening worden veranderd (van standaard tot hoog, raadpleeg de installatiehandleiding) (4) - De externe statische druk kan via de afstandsbediening worden veranderd (van standaard tot hoog, raadpleeg de installatiehandleiding) (4) - De externe statische druk kan via de afstandsbediening worden veranderd (van standaard tot hoog, raadpleeg de installatiehandleiding)
  (5) - De geluidsniveaus in bedrijf zijn conversiewaarden in een echoloze ruimte. In de praktijk zijn ze – door omgevingslawaai of terugkaatsing - vaak groter dan de opgegeven waarden. Als de aanzuiging wordt veranderd in onderaanzuiging, zal het geluidsniveau toenemen met ± 5dBA. (5) - De geluidsniveaus in bedrijf zijn conversiewaarden in een echoloze ruimte. In de praktijk zijn ze – door omgevingslawaai of terugkaatsing - vaak groter dan de opgegeven waarden. Als de aanzuiging wordt veranderd in onderaanzuiging, zal het geluidsniveau toenemen met ± 5dBA. (5) - De geluidsniveaus in bedrijf zijn conversiewaarden in een echoloze ruimte. In de praktijk zijn ze – door omgevingslawaai of terugkaatsing - vaak groter dan de opgegeven waarden. Als de aanzuiging wordt veranderd in onderaanzuiging, zal het geluidsniveau toenemen met ± 5dBA. (5) - De geluidsniveaus in bedrijf zijn conversiewaarden in een echoloze ruimte. In de praktijk zijn ze – door omgevingslawaai of terugkaatsing - vaak groter dan de opgegeven waarden. Als de aanzuiging wordt veranderd in onderaanzuiging, zal het geluidsniveau toenemen met ± 5dBA. (5) - De geluidsniveaus in bedrijf zijn conversiewaarden in een echoloze ruimte. In de praktijk zijn ze – door omgevingslawaai of terugkaatsing - vaak groter dan de opgegeven waarden. Als de aanzuiging wordt veranderd in onderaanzuiging, zal het geluidsniveau toenemen met ± 5dBA. (5) - De geluidsniveaus in bedrijf zijn conversiewaarden in een echoloze ruimte. In de praktijk zijn ze – door omgevingslawaai of terugkaatsing - vaak groter dan de opgegeven waarden. Als de aanzuiging wordt veranderd in onderaanzuiging, zal het geluidsniveau toenemen met ± 5dBA. (5) - De geluidsniveaus in bedrijf zijn conversiewaarden in een echoloze ruimte. In de praktijk zijn ze – door omgevingslawaai of terugkaatsing - vaak groter dan de opgegeven waarden. Als de aanzuiging wordt veranderd in onderaanzuiging, zal het geluidsniveau toenemen met ± 5dBA.
  (6) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt. (6) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt. (6) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt. (6) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt. (6) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt. (6) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt. (6) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt.
  (7) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%. (7) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%. (7) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%. (7) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%. (7) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%. (7) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%. (7) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%.
  (8) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (8) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (8) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (8) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (8) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (8) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (8) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA
  (9) - MFA ≤ 4 x FLA (9) - MFA ≤ 4 x FLA (9) - MFA ≤ 4 x FLA (9) - MFA ≤ 4 x FLA (9) - MFA ≤ 4 x FLA (9) - MFA ≤ 4 x FLA (9) - MFA ≤ 4 x FLA
  (10) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen (10) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen (10) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen (10) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen (10) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen (10) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen (10) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen
  (11) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering (11) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering (11) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering (11) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering (11) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering (11) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering (11) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering
  (12) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde (12) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde (12) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde (12) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde (12) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde (12) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde (12) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde
  (13) - Volgende lagere standaardzekeringsterkte minimaal 15A (13) - Volgende lagere standaardzekeringsterkte minimaal 15A (13) - Volgende lagere standaardzekeringsterkte minimaal 15A (13) - Volgende lagere standaardzekeringsterkte minimaal 15A (13) - Volgende lagere standaardzekeringsterkte minimaal 15A (13) - Volgende lagere standaardzekeringsterkte minimaal 15A (13) - Volgende lagere standaardzekeringsterkte minimaal 15A