Skip to main content

VRV-technologie met R-32 gebruiken​

Een praktische gids over de relevante veiligheidsnormen

De afgelopen jaren heeft het toenemende bewustzijn van de impact op het milieu – en met name de rol van koelmiddel – de invoering van VRV-systemen met R-32 in heel Europa versneld. Naarmate deze overgang in een stroomversnelling komt, willen professionals uit de sector steeds vaker duidelijkheid over hoe de verschillende normen op het gebied van F-gasveiligheid correct moeten worden toegepast.​

​Omdat we marktleider zijn op het gebied van VRV-oplossingen met R-32 en door onze nauwe samenwerking met installateurs, ontwerpers, nalevingsdeskundigen en beleidsmakers heeft Daikin een grondig inzicht verworven in de praktische toepassing van deze veiligheidsnormen. We hebben deze kennis gebundeld om duidelijke, praktische richtlijnen te bieden aan alle betrokkenen bij het ontwerp, de installatie en de beoordeling van VRV-systemen.

Welke normen regelen de veiligheid van koelmiddel?​

IEC 60335-2-40 is een productnorm die de veiligheidseisen voor elektrische warmtepompen, airco's en ontvochtigers vastlegt.

EN 378 is een algemene norm die eisen stelt aan koelmiddelsystemen, met betrekking tot ontwerp, fabricage, installatie, werking, onderhoud en afvalverwerking.

Binnen hun toepassingsgebied stellen zowel IEC 60335-2-40 als EN 378 dat wanneer er een specifieke veiligheidsnorm voor een product bestaat, bijvoorbeeld IEC 60335-2-40, dat die dan voorrang heeft op een algemene norm zoals EN 378 (uittreksels 1 en 2).​

​EN 378 versterkt dit principe verder door de toegestane grenzen voor koelmiddelvulling te definiëren (uittreksel 3).​

​Conclusie: IEC 60335-2-40 heeft voorrang op EN 378.​

Uittreksel 1 - Toepassingsgebied EN378: “Productnormen die betrekking hebben op de veiligheid van koelsystemen hebben voorrang boven horizontale en algemene normen die hetzelfde onderwerp behandelen.”

Uittreksel 2 - Toepassingsgebied IEC 60335-2-40: “Dit deel van IEC 60335 heeft betrekking op de veiligheid van elektrische warmtepompen, warmtepompen voor sanitair warm water en airconditioners, met geïntegreerde motorcompressoren alsook hydronische ventilatorconvectoren, ontvochtigers (met of zonder motorcompressoren), thermo-elektrische warmtepompen en gedeeltelijke units. Hun maximale nominale spanning mag niet hoger zijn dan 300 V voor eenfasige apparaten en 600 V voor meerfasige apparaten.”​

Uittreksel 3 - EN 378 (deel 1): "Artikel 6 Hoeveelheid koelmiddel: Wanneer er productnormen bestaan voor bepaalde soorten systemen en die schrijven grenswaarden voor de hoeveelheid koelmiddel, dan hebben die hoeveelheden voorrang op de eisen van deze norm.​

De IEC bepaalt dat de strengste eis (ontvlambaarheid of toxiciteit) van toepassing is (uittreksel 4).

Overzicht van de toegestane concentratiegrenzen voor R-32

Veiligheidsnorm

Maximaal toegestane concentratie

IEC 60335-2-40

Ontvlambaarheid (LFL): 75% van de onderste ontvlambaarheidsgrens (Lower Flammability Limit of LFL) = 0,75 × 307 g/m³ → 230 g/m³

EN 378

Toxiciteit (ATEL/ODL): 300 g/m³

Aangezien de ontvlambaarheidsgrens van 230 g/m³ lager is dan de toxiciteitsgrens van 300 g/m³, geldt de strengere ontvlambaarheidsgrens. Naleving van deze grens zorgt er automatisch voor dat de toxiciteitsgrenzen niet worden overschreden, zodat er geen aanvullende controles nodig zijn.

Wat betekent dit voor het ontwerp van uw R-32-systemen?

Als de berekende koelmiddelconcentratie lager is dan 230 g/m³, zijn er geen aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig.

Wanneer de concentratie hoger is dan 230 g/m³, zorgt de Shīrudo-technologie van Daikin ervoor dat aan de normen IEC 60335-2-40 en EN 378 wordt voldaan, zodat u met een gerust hart aan de vereiste veiligheidsnormen kunt voldoen.

Wat de vullingsgrenzen betreft, heeft IEC alleen betrekking op ontvlambaar koelmiddel (A2L, A2, A3).
→ Daarom kan IEC niet gebruikt worden voor deze beoordelingen van systemen met niet-ontvlambaar koelmiddel (A1).

Overzicht van de toegestane concentratiegrenzen voor R-410A

Veiligheidsnorm

Maximaal toegestane concentratie

IEC 60335-2-40

Ontvlambaarheid (LFL): N.v.t. – IEC heeft alleen betrekking op ontvlambaar koelmiddel (A2L, A2, A3)

EN 378

Toxiciteit (ATEL/ODL): 440 g/m³

De in EN 378 vastgestelde toxiciteitsgrens voor R-410A, ingedeeld als een niet-ontvlambaar A1-koelmiddel, is 440 g/m³ en dient te worden toegepast.

Wat betekent dit voor het ontwerp van uw R-410A-systemen?

Aangezien R-410A niet onder het toepassingsgebied van de IEC-norm inzake de veiligheid van koelmiddel valt, geldt EN 378 als de toepasselijke norm.

De concentratie van koelmiddel R-410A moet onder de 440 g/m³ blijven. Wanneer deze grenswaarde wordt overschreden, zijn passende veiligheidsmaatregelen in overeenstemming met EN 378 verplicht, waarin ter plaatse moet worden voorzien.

Meer ontwerpflexibiliteit dan bij R-410A-systemen

Doordat ze voldoen aan de strengere IEC-eisen, bieden R-32-systemen veel meer ontwerpvrijheid dan vergelijkbare systemen op basis van R-410A.

Ontwerpvergelijking: Rekenvoorbeeld voor een hotel

Voor een standaard VRV-systeem in een hotel (8 binnenunits, 1 omschakelbox) is bij een VRV 5-systeem met ingebouwde Shîrudo-veiligheidsmaatregelen slechts een minimale ruimte van 3,08 m² nodig, terwijl een vergelijkbaar R-410A-systeem 12,7 m² nodig zou hebben!​

Minimale ruimte in het hotel: 3,08 m2

conform IEC60335-2-40 en met gebruik van Shîrudo-technologie

Minimale ruimte in het hotel: 12,7 m2

conform EN378

Raadpleeg voor meer informatie onze gids:

Veelgestelde vragen

Ja. Door te ontwerpen in overeenstemming met IEC 60335-2-40 (wij zorgen ervoor dat aan de norm wordt voldaan) wordt ook voldaan aan de relevante eisen van EN 378, waaronder controles op de maximale koelmiddelconcentratie per ruimte.

De Shîrudo-technologie van Daikin zorgt er bovendien voor dat de koelmiddelconcentratie niet hoger is dan 230 g/m³, wat overeenkomt met 75% van de onderste ontvlambaarheidsgrens, zoals gedefinieerd in IEC 60335-2-40.

Ter vergelijking: een systeem dat strikt is ontworpen volgens de toxiciteitsgrenzen van EN 378 zou concentraties tot 300 g/m³ toestaan, wat neerkomt op ongeveer 30% meer koelmiddel in het ergste scenario bij een lek.

Voor aspecten die niet onder IEC 60335-2-40 vallen, zoals de installatie van buitenunits in de open lucht, moet EN 378 geraadpleegd worden voor richtlijnen.

Ja. EN 378 is een algemene norm en verwijst, binnen het toepassingsgebied ervan en in paragraaf 6, rechtstreeks naar de toepasselijke productnormen, in dit geval IEC 60335-2-40.

Naleving van IEC 60335-2-40 houdt derhalve in dat aan EN 378 wordt voldaan voor de aspecten die onder die productnorm vallen.

Nee. Naleving van IEC 60335-2-40, en daarmee ook van EN 378, delen 1 en 2, is voldoende. Er geldt geen verplichting om EN 378-3 toe te passen, met inbegrip van bepalingen zoals een onafhankelijke stroomvoorziening voor het lekdetectiesysteem.

In tabel C.1 van EN 378 worden de vullingsgrenzen vastgesteld op basis van de toxiciteitsgrens vermenigvuldigd met het ruimtevolume, of zoals gedefinieerd in paragraaf C.3. In de praktijk geldt voor de vullingsgrens altijd het strengere criterium. De toxiciteitsgrens wordt dus niet overschreden.

Bijgevolg zijn de aanvullende veiligheidsmaatregelen zoals beschreven in EN 378-3, paragraaf C.3, niet verplicht.

Deze aanpak sluit aan bij de gangbare praktijk voor koelmiddel van klasse A, zoals R-410A, waarvoor geen aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig zijn als de toxiciteitsgrenzen niet worden overschreden.

De unieke Shîrudo-technologie van Daikin voldoet aan alle relevante IEC-eisen, waardoor het systeem bij levering al meteen aan de voorschriften voldoet en u er meteen gerust op kunt zijn.​

  • Geen ingewikkelde berekeningen van veiligheidsmaatregelen nodig​

  • Geen extra werk voor installatie of indienststelling​

  • Geen visuele impact door extra sensoren of onderdelen​

  • Geen extra werk of herontwerp als de indeling verandert​

  • Er is geen verplichting tot periodieke veiligheidscontroles​

Hoe Shîrudo-technologie werkt

Illustratie ingebouwde sensor

Ingebouwde sensoren om koelmiddellek op te sporen

  • Geïntegreerd in elke binnenunit
  • Zelfcontrolerend, detecteert zelfs het kleinste koelmiddellek
  • Activeert automatisch koelmiddelbestrijdingsmaatregelen: een alarm en afsluitkleppen
Illustratie ingebouwd alarm

Ingebouwd alarm

  • Lokaal visueel en auditief alarm ingebouwd in bedrade afstandsbediening Madoka
  • Een extra supervisoralarm kan worden geïntegreerd via:
    • Een plaatselijke instelling op de Madoka-controller
    • Een ingangssignaal dat een alarm van een extern product activeert
Illustratie ingebouwde afsluitkleppen

Om zelfs in de kleinste ruimtes te voldoen aan IEC60335-2-40 zijn er afsluitkleppen.

Afhankelijk van het systeem zitten die geïntegreerd in de buitenunit of in de (BS)SV-kast. Bij lekkage wordt het koelmiddel teruggepompt naar de buitenunit of worden specifieke aftakkingen afgesloten om het lek in te dijken en de hoeveelheid koelmiddel die kan lekken te minimaliseren.

Shîrudo-technologie in detail

VRV 5 met warmterecuperatie

VRV 5-warmtepomp en S-reeks 8-10-12

VRV 5 S-reeks (4-5-6)

Meer info over VRV 5

  • Afbeelding assortiment

    VRV 5 S-reeks

    Lagere CO2-equivalent en toonaangevende rendementen

Verwante artikels

Hulp nodig?

Hulp nodig?

Hulp nodig?

Hulp nodig?

Solliciteer nu !